
Stop met proberen de lucht in uw fabriek op te warmen
Als u ooit hebt geprobeerd een omkleedruimte met plafonds van 6 meter hoog op te warmen met een gewone verwarmingsapparaat, weet u hoe moeilijk dat is. U draait aan de knoppen, het apparaat werkt op volle toeren – maar al die warmte gaat rechtstreeks naar het plafond. Ondertussen staan uw medewerkers op de vloer en rillen ze van de kou. Het is pure verspilling van geld.
Daarom stoppen we met ons zorgen maken over de lucht en richten we ons rechtstreeks op de mensen. We gebruiken kortegolf-infrarode stralers.
Hier is het geheim: deze apparaten proberen de ruimte helemaal niet op te warmen. Ze zenden elektromagnetische golven uit die op vaste objecten terechtkomen – zoals de schouders van een werknemer – en zich onmiddellijk in warmte omzetten.
Het is net alsof je in de zon staat op een koele herfstdag. Je hoeft niet te wachten tot de bries de ruimte opwarmt; je voelt de warmte al op het moment dat deze je huid raakt.
De apparaten en de opstelling
Voor zulke hoge plafonds gebruiken we apparaten met hoge vermogens, die zich bevinden in reflecterende aluminiumomhulsels. Die reflectoren zijn belangrijk: zonder hen wordt alleen het plafond opgewarmd. We willen dat de warmte rechtstreeks naar beneden gaat.
Een tip: zorg ervoor dat deze apparaten worden aangesloten op een aparte stopcontact. Ze verbruiken veel stroom zodra ze worden aangesloten.
Wij gebruiken meestal kwarts-halogeen-elementen, omdat deze zich in sekonden tijd opwarmen. Maar omdat ze zoveel warmte produceren, moet je goed opletten waar je ze plaatst. Houd ze ver weg van plastic buizen of andere materialen die gemakkelijk in brand kunnen vliegen.
En zorg voor de juiste hoogte. Te laag en iedereen onder de stralen zal het koud hebben. Te hoog en de warmte verdwijnt voordat deze de vloer bereikt.
Het nadeel (en hoe we het oplossen)
Deze systemen werken natuurlijk heel snel. Sneller dan alles wat we eerder hebben geprobeerd. Maar er is wel een nadeel: de warmte is gericht. Als een werknemer zich buiten het bereik van de stralen bevindt, heeft hij het weer koud.
Om dit te voorkomen, plaatsen we geen enkele lamp zomaar ergens neer. We overlappen de straalpatronen met elkaar. Op deze manier blijven er geen ‘koude plekken’ over in de omkleedruimte. Iedereen blijft warm, ongeacht waar ze zich bevinden.